Een doodgewone dag midden in de week.

De rustige landweg tussen Lallé en Laguenne glijdt soepel onder me weg. Ik ben onderweg naar Tulle en neem daarvoor graag de toeristische route die begint bij Clergoux en door een prachtig stuk van de Corrèze slingert. De pittoreske dorpen waar ze dwars doorheen loopt zien er in deze periode van het jaar verlaten uit. Slechts hier en daar een overstekende hond of een fladderende, zenuwachtig kakelende kip. Ergens halverwege de route verschijnen in de verte de bergen. Welke kleur ze hebben hangt af van het weer. Op een grauwe dag vormen ze donkere pieken. Bij mooi weer, afhankelijk van het uur van de dag kunnen ze paars, blauw of zelfs oranje tegen de horizon afsteken alsof een schilder wat slordige klodders verf op een doek heeft gelanceerd. Vandaag hangt overal een donkerbruine sfeer die eigenlijk bij de decembermaand hoort. Een zware, mistige lucht bedekt het Franse land. Met een brok speculaas en een beker warme thee voor de kachel zou het zomaar een dag kunnen zijn rond het sinterklaasfeest.

Op de radio is een discussie begonnen. Het is prettig om naar de Franse taal te luisteren als er niet te vlug gesproken wordt. Dit gesprek is goed te volgen. Een professor, een psycholoog en de directeur van een fabriek worden welkom geheten door een gespreksleidster met een frisse stem. Je ruikt bijna pepermunt. De discussie gaat over het arbeidsproces en de mensen die daaraan deelnemen. De professor, die een onderzoek heeft gedaan, windt er geen doekjes om. Hij deponeert onmiddellijk harde getallen. Op zakelijke toon vertelt hij, dat van alle werkende Fransen maar elf procent elke morgen met een glimlach op het gezicht aan het werk gaat. Eenenzestig procent vertrekt volgens hem dagelijks ongemotiveerd naar de baas met als enige reden een salaris binnen te halen. Het overige percentage bestaat uit mensen die met grote tegenzin naar het werk gaan en door hun constante ontevredenheid jegens de baas, werkzaamheden of collega’s de werksfeer verpesten. Dat is toch wel iets om even bij stil te staan.

De auto snort ondertussen door het lieflijke dorp Malangle waar nieuwe huizen en oude boerderijen elkaar afwisselen. Enkele vervallen schuurtjes op de achtergrond, overwoekerd door grillige tentakels van klimop zouden een schilder genoeg reden geven om de penselen tevoorschijn te halen. Zelfs in de winter nu de anders zo fleurig bloeiende tuinen er kaal en donker bij liggen behoudt het dorp haar charme. Het glooiende landschap waarin ze ooit is ontstaan met aan alle kanten vrij uitzicht op uitgestrekte velden en heuvels geeft het dorp een open karakter. Het is onmogelijk om op deze weg te ontsnappen aan een vaag vakantiegevoel. Genietend van het uitzicht luister ik naar de psycholoog die het woord heeft genomen. In lange zinnen gevuld met moeilijke woorden, waarvan ik de meesten niet ken, verdeelt hij de werknemers in vakjes om daarna elke soort en de daarbij behorende werkomstandigheden toe te lichten. `Het is iedereen wel duidelijk dat een directiesecretaresse een andere baan heeft, dan iemand die aan de lopende band staat in de koekjesfabriek,’ roept de discussieleidster geërgerd na enkele minuten. ‘Het gaat er toch om de arbeider, in welke functie dan ook, de aandacht te geven die hij verdient en zijn arbeidsomstandigheden waar nodig te verbeteren’. Ik bewonder de kordate manier waarmee ze de discussie leidt. Niet lullen maar poetsen. Er valt een stilte. De professor kucht. Ik sta ineens midden in het glooiende groene landschap voor een stoplicht. Op de teller onder het rode licht tikken op een teller de negentig seconden weg die ik moet wachten. Een rijbaan is afgesloten omdat de begroeiing in de bermen wordt gesnoeid en gelijk verbrand. Dikke rookwolken dansen door de lucht. Dat ruimt lekker op.

De psycholoog op de radio dramt door over de verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden. De professor en de discussieleidster vallen hem bijna gelijktijdig in de rede. In bloemrijke taal roepen ze om beurten dat de verschillen in de maatschappij al genoeg benadrukt zijn. Het gaat om verandering op werkplekken waar dat nodig is ongeacht opleiding. Verbetering van werksfeer. Het is duidelijk dat de gespreksleidster geen zin heeft om oude gegevens te herhalen, maar de aanwezigen aanspoort gezamenlijk naar nieuwe wegen te zoeken. De teller voor de auto staat nu op nul en het rode stoplicht verandert in een uitnodigende gele knipperbol. Langzaam trek ik op. Dikke vrachtwagens staan in de berm, volgeladen met boomstammen. Mannen in knalgele fluoriserende jassen met helmen op het hoofd en elektrische zagen in de hand kijken vanaf de kant toe als ik voorbij rijdt. Ze knikken groetend en glimlachen. Zouden zij bij de elf procent horen of bij de eenenzestig, vraag ik me af.

De gespreksleidster op de radio houdt een vurig pleidooi voor verbeteringen op elke werkplek die daarom vraagt. Het onderwerp gaat haar hoorbaar aan het hart. Zonder verder oponthoud leg ik het laatste stuk af naar Tulle. Voor de verfwinkel waar ik moet zijn zet ik de auto stil en blijf nog even zitten. De derde persoon die zich nog niet eerder in de discussie mengde is nu aan het woord. Een donkere, warme stem vult de auto. Het is de directeur van een meubelfabriek. Hij vertelt over zijn bedrijf. Over de artisanale meubelen die daar gemaakt worden door vakbekwame handwerkslieden. De arbeidsomstandigheden waren nog niet zo lang geleden anders, bekent hij. Productie was het enige dat telde. Tot het moment waarop hij merkte dat zijn werknemers ontevreden werden en daarmee ongelukkig. Het percentage van het ziekteverzuim steeg. Ik blijf geboeid zitten. De verf kan wel even wachten. Enthousiast vertelt hij over de veranderingen die hij doorvoerde. Ik zie hem bijna glimlachen terwijl hij praat.

Zijn medewerkers maken nu meer deel uit van het bedrijf dan ooit, omdat ze niet enkel een product maken maar tegelijkertijd betrokken worden bij de verkoop. Ze nemen zelfs deel aan nieuwe ontwerpen. `Wij vormen nu samen het bedrijf,’ vervolgt hij zijn verhaal `en daar ben ik trots op. Het ziektecijfer onder de werknemers is gedaald, vakanties kunnen in overleg met elkaar flexibeler opgenomen worden en wat het belangrijkste is: De mensen hebben er weer zin in, zijn tevreden en happy binnen het bedrijf. Ze zien waar problemen ontstaan en denken mee over oplossingen.’ Zijn vurige betoog verandert de sfeer van de discussie. Aangestoken door zijn geestdrift komt nu een ander soort gesprek op gang. Was het zojuist nog een opsomming van getallen en verschillen, nu is de toon gezet voor het uitwisselen van gedachten en het vinden van antwoorden op vragen. Onderweg naar verandering. Dat klinkt hoopvol. Met een tevreden zucht druk ik de radio uit. Een vriendelijke kleurenexpert helpt mij in de verfwinkel bij het uitzoeken van nieuwe kleuren voor ons sanitairgebouw op de camping, want ook daar is sprake van verandering, zij het op een andere manier. Op de terugweg stop ik bij de bakker en zoek wat lekkers uit voor bij de thee. Voor de stoere werkers van camping Lallé, die elke morgen met een glimlach aan het werk gaan. Ik weet het zeker. Wij horen bij de elf procent!

Dave snoeit de bomen

Jos werkt in het sanitairgebouw