Begin oktober 2019. Vóór ons lag een uitgestrekt, bijna leeg campingpark, dat na de hete zomermaanden herademde en langzaam haar groene kleur terug kreeg. Een paar vage licht gekleurde plekken herinnerden nog aan de tenten die er stonden. Achter ons dreef op de tonen van een zacht muziekje een vredige stilte uit een leeg restaurant. Met koffie en de overgebleven stukken tiramisu als troost zaten we een beetje verloren op het terras. Zoals elk jaar duurde het even voor we gewend waren aan de leegte die achterbleef zodra de meeste gasten richting huis vertrokken. Een laatste campinggast liep met zijn koekenpan en een keukenrol richting afwas-aanrecht. Handig wipte hij de aangekoekte resten van een pannenkoek met een stuk papier in de afvalbak. Gedurende enkele seconden verdween de pan in een berg schuim om er even later als nieuw uit tevoorschijn te komen. ‘Het zit er bijna op voor jullie’, knikte hij grinnikend in onze richting. We knikten beamend terug. Met gemengde gevoelens. Tevreden omdat het 29ste seizoen veel mooie herinneringen achterliet, maar ook weemoedig omdat de klok te snel doortikte en het erop leek dat alle mooie momenten steeds sneller door onze vingers glipten. Alweer een heerlijk seizoen voorbij. De volgende zou de dertigste zijn. Met de druipende koekenpan in zijn hand en de keukenrol onder de oksel gekneld slenterde hij onze kant op voor een praatje. De pan die achteloos aan zijn arm hing en een plasje op het terras tekende toverde bijna onmiddellijk een herinnering tevoorschijn. Zo’n onvergetelijke gebeurtenis uit de beginjaren van de camping. In een flits terug naar het begin.

Het kampeerveld zag er toen heel anders uit. De meeste kampeerders zochten het liefst een plek tegen de bosrand waar meer schaduw was dan op het grote veld waar jonge bomen hun best deden zich te wortelen in de rotsbodem. Tenten stonden naast elkaar op een rijtje in de schaduw van oude kastanjebomen en dicht struikgewas compleet met voortenten en kleurige parasols. Op het grote weiland naast het kampeerveld hoedde de buurvrouw haar koeien. Dat deed ze het liefst zittend tegen een dikke boom met twee breinaalden onder haar armen gekneld en een grote bol wol. De trouwe hond Brunette lag nooit ver van haar vandaan en hield met één slaperig oog de drie koeien in de gaten. De campinggasten kookten op gastoestellen die toen eigentijds waren of schoven ’s avonds aan in de kleine herberg, de eetgelegenheid die we creëerden in onze eigen woonruimte. Klein, knus en gezellig. Op een ochtend leek het op de camping rumoeriger dan anders. Kampeerders praatten druk met elkaar, doorwoelden bosjes en struiken en keken onder caravans en achter tenten. Er werd duidelijk naar iets gezocht. Op onze vraag wat er aan de hand was vertelden ze lacherig dat een koekenpan die gedurende de nacht achter een tent had gestaan, was verdwenen. Zoiets hadden we nog niet eerder meegemaakt in onze korte loopbaan als campingeigenaren. Kon het zijn dat iemand de pan op een andere plek had neergezet dan gewoonlijk of per ongeluk vergat bij de afwas? Alleen al het idee dat je een koekenpan kwijt kon raken op onze nét opgestarte camping had iets komisch. Uitvoerig zoeken leverde niets op. Er zat niets anders op dan de gedupeerden een koekenpan te lenen. Het mysterieuze voorval verdween naar de achtergrond. Tot twee dagen later de volgende koekenpan verdween en een derde kampeerder tot de ontdekking kwam dat zij een ijzeren kookpannetje miste. Iemand wist wél te vertellen dat de trouwe, maar o zo nieuwsgierige viervoeter Brunette, met ‘iets’ in de bek over de weg liep. Buurvrouw breide ijverig door terwijl wij haar voorzichtig onze vermoedens vertelden en schoot in de lach. ‘Denk je echt dat Brunette op de camping jullie pannen jat?’, grapte ze. Wij durfden dat niet met zekerheid te beweren maar misschien mochten we even rondkijken om het huis? De buurvrouw kende de geheime plek van Brunette waar ze haar botten bewaarde en zich verstopte als ze iets uitgevreten had. Het verborgen stekkie van de hond lag achter de gammele schuur en bleek een schatkamer aan spullen te bevatten. Grote en kleine botten, een paar lange kniekousen,waarschijnlijk van de buurman, half afgeknauwde schoenen en…..twee koekenpannen en een ijzeren pannetje. Onze anders zo spraakzame buur werd er even stil van. Na dit pijnlijke moment ging haar interesse onmiddellijk uit naar de kniekousen, die van ons naar het huisraad. De campinggasten zagen gelukkig de humor in van dit bizarre voorval maar zorgden er wel voor dat alle pannen voortaan uit het zicht van de hond bleven.

‘En dat gebeurde alweer bijna dertig jaar geleden!’ grinnikte de laatste gast van seizoen 2019. ’Dat wordt een feestje volgend jaar’. Zo dachten wij er ook over. Om alvast op de zaken vooruit te lopen haalden we een extra kop koffie voor onze hekkensluiter en mocht hij het aller-allerlaatste stuk tiramisu opeten.

Tot volgend seizoen lieve mensen!