Langzaam komen de koude maanden dichterbij. De camping is veranderd in een rustig park waar eekhoorns, vogels en zo nu en dan een kudde ontsnapte schapen vrij spel hebben. Alleen Chocolat en Tartine, onze gastezels, laten luidkeels horen dat ze een bezoek af en toe op prijs stellen.
Nu ik zelf tijd heb om boodschappen te doen kom ik ze weer tegen. Bij de ingang van winkels op een oude jas, al dan niet met een hond naast zich, maar altijd met een pet of centenbakje voor hen op de grond. Bij de grote supermarkten mogen ze ’s winters in de tochtige hal verblijven. Ze knikken dankbaar als je wat muntstukken in hun pet laat vallen en halen snel de grotere muntstukken eruit om niet de indruk te wekken dat ze al teveel gekregen hebben. Het winkelend publiek is niet te beroerd om wat te geven. Niet alleen geld, ook flessen water of vruchtensap en zakken met croissantjes of fruit worden naast hen neergelegd. Een praatje maken wordt altijd op prijs gesteld en soms maak je ongewild vreemde situaties mee.
In de hal van een grote Supermarché in Egletons liep een kleine man onrustig heen en weer tussen de winkelende mensen. Zijn veel te grote kledingstukken hingen rafelig om hem heen. In het gerimpelde grauwe gezicht gloeiden zijn ogen alsof hij koorts had. Met overtuigingskracht deed hij zijn trieste verhaal aan iedereen die het horen wilde en hield de mensen dwingend een bakje onder de neus. De meesten voelden zich verplicht er iets in te gooien. Dan waren ze er vanaf. Wij mochten ook luisteren naar zijn betoog over ‘de wantoestanden in de maatschappij’ die er volgens de man de oorzaak van waren dat hij moest bedelen. Jammer genoeg voor hem hadden we voor onze boodschappen twee briefjes van vijftig in de zak gestopt en het leek wat overdreven om er daar eentje van te doneren. Wij zouden eerst boodschappen doen en na het afrekenen op de terugweg wat munten aan hem geven. Helaas had de man daar weinig oren naar. “Jullie hebben zeker nog niets meegemaakt in je leven”, beet hij ons onvriendelijk toe. Dat schoot manlief in het verkeerde keelgat. Veronderstel dat hij deze kreet zou roepen tegen iemand die net een dierbare verloren had of aan een vervelende ziekte leed. Jos greep de man bij de arm en fluisterde hem op strenge toon een kleinigheid in het oor waarna deze een toontje lager bedelde. Ik kan het niet laten om altijd wat geld achter te laten ervan uit gaande dat de mensen het ook werkelijk nodig hebben. Hoewel ik me weleens verbaas over hun bestedingspatroon.
Wij waren in Duitsland op vakantie met ons gezin en bezichtigden een prachtig park met in het midden een middeleeuws burcht. Wij waren niet de enigen. Het wemelde van toeristen uit verschillende werelddelen. Een onverstaanbaar geroezemoes van verschillende talen bleef hangen tussen de fraai gesnoeide hagen. Een pakistaanse vrouw in lichte kleurige gewaden met een triest gezicht liep langzaam tussen de bezoekers door. Op haar arm droeg ze een meisje dat bleek en half slapend tegen haar aan hing. Met de andere hand hield ze een papier onder de neus van de voorbijgangers waarop stond dat ze niets te eten had voor het zieke kind en haarzelf. Hoe kun je zo’n aanblik nu weerstaan? Het is moeilijk naar armoede te kijken in zo’n rijk decor van oude adellijke pracht omringd door vrolijke vakantiegangers. Ik bleef staan om in de handtas wat geld bij elkaar te graaien. Mijn drie mannen liepen door. Jos keek om en schudde lachend zijn hoofd. Na een paar mooie uren in de romantische omgeving wandelden we door de oude binnenstad terug naar de auto. Het geluid van vrolijke stemmen vermengd met lekkere luchten uit verschillende restaurantkeukens kwam ons tegemoet toen we een drukke boulevard op liepen. We werden onmiddellijk opgenomen in de gezellige vakantiedrukte. Halverwege de boulevard gaf mijn eega me een por in de ribben. Tegelijkertijd wees hij met zijn hoofd naar het volle terras van een ijssalon. Ik volgde zijn blik. In het midden van de drukte zaten drie vrouwen bij elkaar in kleurige lange jurken. Ik herkende degene aan wie ik die middag wat geld gegeven had. Tussen hen in zaten drie kinderen. Ook daar herkende ik het zielige meisje dat op de arm van haar moeder hing. Ze had een wonderlijk snelle genezing ondergaan. Alle zes lepelden ze een reusachtige coupe ijs naar binnen. Ik schoot in de lach en haalde mijn schouders op. Wat zou het… Had ik mooi bijgedragen aan een gezellige afsluiting van hun werkdag!
Tijdens het afwerken van de wekelijkse boodschappenlijst werd ik kortgeleden bij de Lidl staande gehouden door een Engelsman. Gewoon middenin de winkel. Ik merkte dat het hem was gelukt om van meerdere bezoekers aandacht te krijgen. Enkele van hen keken afwachtend toe hoe mijn reactie zou zijn. Hij vouwde zijn vuist open waarin wat muntstukjes lagen en legde uit dat hij vlees moest kopen maar nog niet genoeg geld had. In mijn onschuld dacht ik: Nou, dagje zonder vlees dan maar hè. Maar zo werkt dat natuurlijk niet. Ik kon hem niet helpen omdat ik die dag enkel de betaalkaart op zak had. Verontschuldigend trok ik een grimas. De Engelsman knikte begrijpend maar teleurgesteld en draaide zich om op zoek naar een ander slachtoffer. Een ontevreden gevoel knaagde in mijn binnenste. Ik zette mijn tas op de kratten met prei en graaide eens goed in de zijvakken. En jawel. Ik vond zowaar een briefje van vijf. Was dat niet een beetje overdreven? Nee, die man had het harder nodig dus eerlijk delen berispte ik mezelf. Ik tikte hem op de schouder in het voorbijgaan en duwde het biljet in zijn handen. Nu snel door naar de zuivelafdeling. Achter me hoorde ik kreten van dankbaarheid. Gegeneerd wuifde ik met mijn hand dat het wel goed was zo. Ik wilde niets liever dan weg wezen. Zijn dankbaar gekraai trok de aandacht van het winkelend publiek dat lachend bleef staan. De Engelsman haalde me in bij de kwark en riep enthousiast: ”May I kiss you?” Ik stond aan de grond genageld. Kiss me? Bij Jos moest ik een hele appeltaart bakken om ‘gekisst’ te worden. Hij wachtte het antwoord niet af en drukte tot groot plezier van de omstanders twee smakzoenen op mijn gezicht. Het had me werkelijk niet kunnen schelen als ik op dat moment even van de aardbodem had kunnen verdwijnen. En toch, hoe goed voelt het om zo’n stralende dankbare lach te zien.