Het is moeilijk om in een paar zinnen te beschrijven wat dit gedeelte van Frankrijk zo aantrekkelijk maakt. Niet voor niets wordt de ‘Limousin’ omschreven als het groene hart van Frankrijk. Het valt dan ook niet te ontkennen, de kleur groen heeft het landschap stevig in haar greep. Alle mogelijkheden om in sportieve stappers ‘de paden op, de lanen in’ te gaan zijn ruimschoots aanwezig. Glooiende heuvels en bergen in alle maten met of zonder besneeuwde toppen, dichte bossen afgewisseld door uitgestrekte heidevelden die via grillige landwegen met elkaar verbonden zijn. Een kleur die opvalt tussen al dat groen is het grijs.

Het grijs van de eeuwenoude stenen gebouwen in de vorm van verlaten ruines, statige kastelen en bourgeoise landhuizen. Indrukwekkende kathedralen, kerken en afgelegen kapellen geven een mystieke sfeer aan de idyllische regio. Meestal gebouwd van het grauwe granieten gesteente waar de landstreek bekend om is.

‘De mensen uit dat grijze verleden zijn allang verdwenen, maar de herinneringen aan hun bestaan zijn vereeuwigd in stenen monumenten.’

Stuk voor stuk hebben de bouwwerken een verhaal te vertellen, gebeurtenissen door te geven. Er was eens….Of het nu om een van de middeleeuwse kastelen van Richard Leeuwenhart gaat of om de gigantische kathedraal middenin Tulle, het grijze verleden spreekt. Het spreekt een historische taal. Veel waargebeurde verhalen en bijzondere momenten uit de middeleeuwen zijn vastgelegd in dikke boeken of op oude documenten. De Corrèze kent ook een schat aan legendes en sagen, zonderlinge verhalen met een spannend tintje, waarvan niemand precies het fijne weet. Op vreemde, voor deze tijd onlogische, plekken werden in het verre verleden kerken en kapellen gebouwd. Plekken die toendertijd vanzelfsprekend waren voor de beminde gelovigen.

‘La chapelle du notre dame du roc’ is zo’n voorbeeld. Ze staat bovenop de richel van een rots op de grens van de Corrèze en de Cantal. Vanaf die plaats op een hoogte van bijna 370 meter kijkt ze de diepte in waar het riviertje ‘La Glane’ bruisend voorbij stroomt voordat ze zich in de Dordogne stort. Het uitzicht is op een griezelige manier adembenemend. De vraag komt vanzelf naar boven. Wie bouwt in ‘s hemelsnaam een kapel op deze onherbergzame plaats bovenop een rots? Verschillende verhalen doen de ronde. Ze vertellen over wonderbaarlijke reddingen door de Heilige Maagd Maria. Zo zou een jonge vrouw achtervolgd door overvallers op deze plek de diepte in zijn gesprongen en dankzij ingrijpen van de Heilige Maagd zonder schrammetje het avontuur overleefd hebben. Een ander verhaal is die van een jong kalf dat, al dwalende in het gebergte, op een beeld van Maria stuitte. De boer bracht het beeld naar de pastorie van Glény, in die tijd de enige parochie in de wijde omtrek. De volgende dag was het beeld verdwenen. Het werd terug gevonden op de plek tussen de rotsen waar het kalf het gevonden had. Deze gebeurtenis zou een aanleiding geweest zijn om op die speciale plek een kapel te bouwen ter ere van de Heilige Maagd. De meest logische verklaring, maar minder romantisch, is de volgende: In het jaar 875 werden de dorpen Servières-le-château en Glény verbonden door een pad dat langs steile rotsen en diepe afgronden kronkelde. De dorpelingen waren genoodzaakt bij kerkelijke festiviteiten, waaronder ook bruiloften en begrafenissen de vele kilometers af te leggen naar Glény. De plaats waar volgens de legendes de bijzondere gebeurtenissen plaatsvonden stond bekend als één van de gevaarlijkste plekken van de lange route. Nadat vele trouwe kerkgangers zich beklaagden over de levensgevaarlijke situatie besloot de laatste priester van Glény uiteindelijk toestemming te vragen voor de bouw van een tweede kapel en wel op die ene, speciale plek. En zo staat het kleine gebedshuis daar vanaf ongeveer 1694 op eenzame hoogte. In de 19e eeuw onderging ze een aanvullende renovatie waarbij een gedeelte aangebouwd werd. Elk jaar in de maand september ondernemen bewoners van de streek ter ere van Maria en de mooie historie een bedevaart langs het oude pad naar de kapel.

Vanaf camping Lallé duurt de trip naar deze uitzonderlijke plek dertig minuten met de auto. De schitterende route gaat via Marcillac la Croisille door het charmante dorp St Martin la Meanne. Daarna, aan de andere kant van de imponerende waterkrachtcentrale,’Le barrage de Chastang’, slingert de landweg omhoog de bergen in. In de diepte glinstert de snel stromende Dordogne tussen de boomtoppen. Op de plaats van bestemming kronkelt een smalle weg nogal steil naar beneden waar de auto achterblijft op een kleine parkeerplaats. Daarna te voet naar boven over een rotsachtig bospad. Het is even klauteren maar de moeite waard om als beloning op adem te komen op een bijzondere plek met een aparte, vredige sfeer en het klaterende geluid van de rivier ver beneden die eindeloos hetzelfde lied herhaalt. Is hier het einde van de wereld? De eenvoudige grijze kapel lijkt samen te smelten met de reusachtige rotspartijen. Het is de magie van de vreemde plaats, de wonderlijke verhalen daaromheen en de gegevens uit een ver verleden die het hele plaatje tot een bijzondere bezienswaardigheid maken. Het doet er niet zoveel toe welke verhalen de juisten zijn. Wat blijft is het bijna sprookjesachtige decor waarin de verwachting opgeroepen wordt dat er elk moment weer een wonder kan gebeuren op een plek die door de eeuwen heen bijna onveranderd bleef. Bijna….

De rotspartijen direct naast de kapel worden vandaag de dag regelmatig in bezit genomen door sportieve klauteraars. Stevig verankerde stalen haken in de rotswand, bijna pal naast de deur van de kapel, moeten ervoor zorgen dat de sportieve klimmers hun materiaal veilig kunnen vasthaken om boven op de rots van nog hogere sferen te genieten. Religie en sport naast elkaar. Wat is er mooier dan een uitdagende klimpartij onder het toeziend oog van Maria.