Op de grens van de Corrèze en de Cantal in de beschutting van de Dordogne-vallei ligt een eeuwenoude gemeente met de bijzondere naam ‘Bort les orgues’. Het stadje dankt haar naam aan het gigantische klif ( 2 km. lang en 80 tot 100 mtr. hoog) dat 15 miljoen jaren geleden gevormd werd door afkoeling van een dikke, viskeuze lavastroom en lijkt op een lange rij orgelpijpen. Het natuurgebied biedt een wonderschoon vergezicht over de stad en het gebergte van de Auvergne. Een bezoek aan ’Château de Val’, een majestueus kasteel uit de zeventiende eeuw is van harte aan te bevelen. Niet alleen het kasteel maar ook de ligging in het meer dat gevoed wordt door de Dordogne is de moeite waard. Een tochtje op de rivier, op een nagemaakte 18e eeuwse ‘gabare’ waarmee vroeger hout, wijn en kruiden werden vervoerd, geeft een andere kijk op de weelderige oevers. Voor liefhebbers van vissen, zwemmen, raften, rotsbeklimmen en fietsen zijn er mogelijkheden genoeg. Bort-les orgues ligt ongeveer op een uurtje rijden van camping Lallé en heeft een schat aan bezienswaardigheden waaronder de indrukwekkende kerk uit de X11- XV eeuw in Romaanse en gotische stijl. Ook de immense stuwdam, de meest bijzondere op de lijst van stuwdammen in de ‘Haut-Dordogne’ mag zich rekenen tot een van de interessante bijzonderheden in dit mooie stukje Corrèze. Wij zijn daarom onlangs zelf dit prachtige dorp weer eens gaan bezoeken:

‘De slager kijkt naar onze hebberige ogen en schiet in de lach.’

De espresso is zwart als de nacht en zó bitter dat we twee suikerklontjes in het minuscule kopje laten plonzen. Aan de lange toog van de bar-tabac drinken mannen in werktenue een biertje terwijl ze heftig discussiëren over de rugbywedstrijd die via een grote tv direct naast de openstaande buitendeur alle aanwezigen in haar ban houdt. Een jongeman schuifelt samen met een stokoude dame naar binnen, duwt de hoogbejaarde bijna ruw op een stoel en haast zich naar de bar waar hij verwelkomd wordt door de anderen. Bort-les-orgues op een rustige zaterdagmiddag. Op het terras voor de bar-tabac, die aan de doorgaande weg ligt, zit een groepje jongelui bij elkaar. Ze maken plannen voor de avond. Hun scooters en race-fietsen staan in innige omhelzing tegen de houten plantenbakken van de bloemist aan de overkant. Op een punt ervan, half in de uitgebloeide hyacinten, rookt de bloemist een sigaretje. Zijn zaak ligt aan het begin van een lange winkelpromenade die omhoog loopt tot de volgende doorgaande weg. Er is weinig te beleven op dit uur van de dag. Het kabbelende water van de rivier de Dordogne, die het centrum in tweeën deelt, ruist bescheiden op de achtergrond. De slager vult de vitrine aan. Plaatselijke lekkernijen lonken naar de voorbijganger. Een schaal vol ‘pâté de pommes de terres’ (een mengsel van schijfjes aardappel, ui, crème fraîche) in bladerdeeg bakjes vers uit de oven doet ons watertanden voor de open deur. De slager kijkt naar onze hebberige ogen en schiet in de lach. Hij doet het erom. Iets verderop hangt een bakkersvrouw tegen de toonbank van haar ‘boulangerie’ tussen bijna lege broodmanden. Een laatste ‘tourte de campagne’ ( groot rond boerenbrood) ligt als een eenzame schildpad naast de laatste vruchtentaart. Op de promenade worden winkels hier en daar afgewisseld door verlaten huizen. Dichte luiken, waarvan de verf gebarsten is, waardoor eerdere kleuren zichtbaar worden, geven ondanks het onverzorgde uiterlijk een schilderachtig beeld. Shabby chic! Mooie plaatjes voor de fotograaf die daar oog voor heeft. De kleine stad ademt een sfeer van rust en ontspanning. Die typische Franse sfeer. Vive la vie!