In de ongerepte natuur van de Corrèze tussen de vallei van de Dordogne en de bergen van de Cantal ligt een prachtig gebied genaamd Xaintrie. Uitgestrekte bossen en diepe kloven wisselen elkaar af. Fier en onverschrokken steken de zeven torens van Merle boven het landschap uit: ’Les Tours de Merle’.
De heuvel waar ze ooit op gebouwd werden tussen de elfde en de veertiende eeuw staat stevig in een lus van de rivier de ‘Maronne’, een zijtak van de Dordogne. Elke toren had een eigen kasteelheer. Elke toren had een eigen familie. Tussen 1350 en het einde van de 17e eeuw ontstond een dorp aan de voet van de heuvel en rondom de torens. Het leven moet er aangenaam geweest zijn. Zich veilig wetend door de bescherming van de kasteelheren leefden mensen van alle sociale klassen ontspannen bij elkaar. De houthakker woonde naast de notaris en de smid kon het goed vinden met zijn buurman de rechtsgeleerde.
Na zeventienhonderd kwam daar een einde aan. De kasteelheren slaagden er niet meer in het dorp te verdedigen. De bewoners vertrokken. Het dorp bleef verlaten achter en verpauperde.Het duurde even voordat een periode van herstel zich aandiende met als kroon op het werk de benoeming van de kastelen tot historisch monument in 1927. Het hele gebied heeft het natuurlabel Natura 2000 en maakt deel uit van de ZNIEFF: Zone Naturelle Ecologique Floristique Faunastique. Oftewel: Natuurlijke zone van ecologisch belang voor de flora en de fauna.

“Alles wat hier groeit en bloeit valt onder beschermd natuurschoon.”

Zeldzame planten worden met rust gelaten en de bijzondere vissen in de Maronne, zoals bijvoorbeeld de wilde vlagzalm, mogen zich ongestoord voortplanten. Een wandeling langs deze rivier brengt de bezoeker bij de restanten van een middeleeuwse molen. Vanaf de 14e eeuw werd ze gebruikt om rogge en walnoten te malen. De restauratiewerkzaamheden aan de torens gaat nog steeds door. Vele huizen en boerderijen in het oude dorp zijn hersteld of opnieuw gebouwd. De daken worden bedekt met stro of planken van eikenhout zoals dat in de middeleeuwen gebruikelijk was. De tuinen zijn opnieuw aangelegd met geurige kruiden en groenten. Volgens de gegevens uit die tijd en na onderzoek van opgegraven botten kwam men tot de wetenschap dat de boederijdieren een stuk kleiner waren dan degenen die wij kennen. Gedurende de zomer komt het dorp tot leven en wordt de bezoeker aan de hand van middeleeuwse spelen bekend gemaakt met het leven uit die tijd. Het is de moeite waard daar ruimschoots de tijd voor te nemen.