Met pijn in het hart moet ik het toegeven: Het wordt tijd om afscheid te nemen. Afscheid van Pierre. Meer dan twintig jaren stond hij me bij in de keuken van ons restaurant. Mijn trouwe alleskunner.

Meneer Piet uit Amersfoort bracht hem lang geleden voor me mee, toen hij hem verving voor een ander en moderner apparaat. Of ik er wat mee kon? Nou en of! Ik was er behoorlijk mee in mijn sas, omdat we door ons budget heen waren. We hadden destijds onze koeienstal verbouwd tot restaurant en de aanschaf van een keukenmachine zat er even niet in. Mijn keukenbuddy en alleskunner noemde ik Pierre. Mon mixed Pierre…

In het begin had Pierre de gretigheid van een jonge, speelse hond. Ongeduldig maar stil wachtte hij in een hoek van het grote ‘plan de travail’ tot ik een klus voor hem had. Voor de meeste werkzaamheden draaide hij zijn hand niet om. Als hij in actie kwam kon ik er maar beter bij blijven om te voorkomen dat de slagroom tot boter geklopt werd. Moeiteloos draaide hij zijn onvermoeibare arm door het dikste deeg. Alleen als ik in mijn enthousiasme teveel verlangde protesteerde hij duidelijk hoorbaar. Die bui was altijd weer snel over, dat wel. Je moest bij hem simpelweg weten aan welke knoppen er gedraaid moest worden. Het bak- en kookwerk werd mede dankzij hem een lichte, plezierige bezigheid.

Door de jaren heen raakten we goed op elkaar ingespeeld. Zijn manier van werken sloot feilloos aan bij de mijne. Samen hielden we de keuken van het restaurant draaiende en behaalden mooie successen. Als er al iets verkeerd ging, wat gelukkig maar zelden gebeurde, kon ik er donder op zeggen dat de fout bij mezelf lag. Niet bij Pierre! Op het uiterlijk van Pierre viel nooit iets aan te merken. Altijd bright and shiny. Alleen bij ingewikkelde klussen die langdurige aandacht vroegen kwam hij er niet altijd zonder kleerscheuren vanaf. Ik kon er jaloers naar kijken omdat ik zelf vaker dan me lief was onder de vet- en andere vlekken zat.

Samen werkten we ons door mooie, boeiende jaren heen en samen werden we ouder. Om precies te zijn tweeëntwintig jaren ouder! Gaandeweg wat minder soepel, dat geldt voor ons allebei. Over slijtageplekken konden we inmiddels ook meepraten. Bij mij werd het merkbaar als ik op mijn knieën een wortel of aardappel achterna moest die onder de wasbak rolde en zo probeerde aan de soeppan te ontkomen. Knielen ging goed, maar dat overeind komen duurde langer dan vroeger en ging gepaard met licht gekraak. Mijn rug sputterde sneller tegen na een lange dag staan of heen-en-weer spurten op de werkvloer. Ik vond het prettig als er tijdens de momenten waarop ik een beetje kreunde en steunde niemand in de buurt was om me uit te leggen dat deze ongemakken nu eenmaal bij het ouder worden hoorde. Dat wist ik immers zelf wel…

Pierre kreeg net als ik wat moeite met de snelheid. Hij kon niet meer zo goed tegen de werkdruk. Zijn hele doen en laten werd trager en uiteindelijk koos hij ervoor om op de laagste stand te blijven werken. Ik kon nu rustig even de afwas doen terwijl hij de slagroom draaide. Het stoorde me niet. Integendeel. Wij, oude gabbers onder elkaar deden het gewoon iets rustiger aan. Iets vaker dan vroeger tikte ik hem troostend op de kalende bol: “Kom op jochie, je kunt het!” Draaide hij vroeger zijn hand niet om voor de meest zware taken, nu leek het er steeds meer op dat hij alleen nog plezier had in kleine, snelle klussen. Zijn metalen stem die eens licht en krachtig door de keuken schalde veranderde zoals de stem van iemand wiens stembanden jarenlang te maken hebben gehad met sigarettenrook. Hij klonk zogezegd enkele octaven lager.

Diverse keren had ik op het punt gestaan hem met pensioen te sturen, hem eindelijk van zijn welverdiende rust te laten genieten. Het kwam er gewoon niet van. De manier waarop we aan elkaar verknocht waren leek op de situatie met het paar oude schoenen waarvan ik geen afstand kon doen omdat ze zo verrekte lekker zaten. Het lukte mij niet om Pierre weg te denken uit de dagelijkse werkzaamheden en dus werd het uur van afscheid nemen steeds weer opgeschoven. Tot het moment waarop hij begon af te bladderen en ik in het brooddeeg stukjes van zijn zilvergrijze jas vond. Dàt kun je niet hebben in een restaurantkeuken. Lieve Pierre, trouwe mixer, nu moet je echt het veld ruimen. We hebben heel prettig samengewerkt. Ik breng je dan ook met grote tegenzin naar de recycling in de hoop dat van jou materiaal andere duurzame producten gemaakt worden. Wie weet hoeveel lepels en vorken of misschien wel spijkers en schroeven uit jou geboren zullen worden. Wie weet word ik zelf later wel uitgestrooid op een veld vol brandnetels en vinden we elkaar terug op het moment dat iemand jou als lepel in de mond steekt met mij als brandnetelsoep… Of zal ik toch maar een plantenbak van je maken om je een beetje in de buurt te houden? Hoe dan ook Pierre, ik zal je sterke arm in de keuken missen!

Mijn trouwe mixer