Via de Nederlandse televisie dwarrelden de lekkernijen het huis binnen. Gevulde speculaas, pepernoten en marsepeinen harten wisselden elkaar in hoog tempo af op het beeldscherm. Met een diepe zucht viste Sint Nicolaas zijn hoge werkschoenen onder de stoel vandaan. Sinds hij jaren geleden zijn mijter aan de kapstok hing en zijn rode pantoffels verwisselde voor stevige werkschoenen had zijn leven een behoorlijke verandering ondergaan. Hier, in het midden van de Franse Corrèze waar hij sinds negentienhonderdnegentig de scepter zwaaide over een camping zou hij toch niets meer aan mijter en staf gehad hebben omdat het Sinterklaasfeest er niet gevierd werd.

5 December was in dit gedeelte van Frankrijk een dag als alle anderen. Daar moest hij wel even aan wennen in het begin. Voor de vroegere Sint Nicolaas was het rondom deze datum echter onvermijdelijk, om af en toe bij gelegenheid nog eens in de grote rugzak met herinneringen te graaien. Het was een gezellige tijd, die Sinterklaastijd, gonsde het door zijn hoofd terwijl hij probeerde zijn veters vast te knopen en tegelijkertijd met een half oog het kookprogramma op de televisie volgde waar een speculaastaart werd bereid.

Buiten klonk gedempt hoefgekletter. Over de smalle landweg kwamen twee meisjes te paard dichterbij. De lange haren die onder hun ruiterpetten vandaan kwamen golfden achter hen aan op het ritme van de paardendraf. Dat bracht bij Sint Nicolaas onmiddellijk herinneringen terug aan zijn ervaringen met de viervoeters tijdens de uitoefening van zijn ambt. Vooral zijn rit op een, voor zijn begrippen, torenhoog paard in een buitenwijk van Amersfoort. Vriendelijk zwaaiend, buigend en tegelijkertijd hopend op een rustige rit deinde hij lichtelijk zeeziek door de drukke winkelstraat, zijn benen krampachtig knellend om de paardenbuik. Hij had een heilig ontzag voor paarden en nooit de ambitie gehad er een te bestijgen. De eigenaresse van het dier had hem echter met de hand op het hart verzekerd dat er echt niets kon gebeuren omdat zij naast het dier zou lopen. Na wat aarzelen en omdat hij geen spelbreker wilde zijn had hij voor die ene keer toegestemd.

Zijn tweede belevenis met een andere viervoeter dreigde helemaal uit de hand te lopen. Je kon het de mensen van de feestcommissies niet kwalijk nemen dat ze de meest originele manieren bedachten om de goedheiligman tot zijn volle recht te laten komen, maar toch… Gezeten op een uit de kluiten gewassen pony zou hij, uit volle borst toegezongen door een opgetogen publiek, het gebouw van een personeelsvereniging binnen rijden. Het dier had het niet zo op de zingende mensenmenigte en versnelde zijn draf waardoor de Sint niet meer op tijd kon bukken bij de deuringang en met de mijter averechts op het hoofd als een ten strijde trekkende Napoleon de volle zaal in schoot. Het liep goed af, maar Sinterklaas had min of meer de buik vol van viervoeters die groter waren dan hij. In plaats daarvan koos de Sint in het vervolg voor vier wielen.

Het geluid van kletterende paardenhoeven stierf langzaam weg. Op de televisie vertelde een kok in smetteloze witte jas met een enorme koksmuts op welke ingrediënten hij gebruikte voor de gevulde speculaas. Sint Nicolaas zakte even terug in de stoel. Het water liep hem in de mond bij de gedachte alleen al. Helaas kon hij van gevulde speculaas in de Corrèze alleen maar dromen, bedacht hij spijtig. Hij trok nadenkend aan de losse draden van de stoffige juten zak waarin hij klein hout voor de kachel verzamelde en schoot in de lach. Een voorval van jaren geleden waarin zo’n zelfde zak een hoofdrol speelde verscheen helder en duidelijk op zijn netvlies. Alsof het gisteren gebeurde…

Het bijzondere voorval speelde zich af tijdens een van de huisbezoeken die Sint Nicolaas met zijn twee trouwe helpers aflegde tussen half november en vijf december. De auto stopte bij het huisnummer dat nog net een beetje oplichtte door het schijnsel van een lantarenpaal. Nog voordat Sint goed en wel uitgestapt was ging de voordeur open en kwamen twee vrouwen hen tegemoet. Het drietal werd hartelijk welkom geheten en naar binnen begeleid. Net voordat Sint de kamer in wilde stappen trok de oudste dame, waarschijnlijk de grootmoeder, hem aan een mouw en ging op haar tenen staan om hem iets in het oor te fluisteren. Het gezicht van de Sint betrok even, maar hij herstelde zich snel. Hij knikte glimlachend naar de grootmoeder en stapte zwaaiend met zijn paarse handschoen over de drempel van de woonkamer. Een grote, makkelijk leunstoel stond voor hem klaar. Daaromheen zat een groep kinderen afwachtend op de grond.

Met gebogen hoofden, zenuwachtig friemelend aan strikjes van jurken of met de vinger in een neusgat zongen ze bedeesd de gasten uit het verre land toe. Het duurde gewoonlijk maar enkele minuten voordat Sint met behulp van zijn altijd vrolijke grappige pieten de stemming erin had en de kinderen zich ontspanden. Uit de gang kwamen grote zakken met cadeautjes tevoorschijn. Binnen de kortste keren klonken blije kreten van gelukkige kinderen en vlogen stukken gescheurd pakpapier door de kamer. Tevreden ouders duwden de Sint een glas limonade met rietje in de hand. Grootmoeder, die in een hoek van de kamer zat, kuchte enkele malen luidruchtig om de aandacht van de Sint te trekken. Die zuchtte onmerkbaar. Hij zou voor haar nog iets bespreken met één van de kinderen maar had er bitter weinig zin in. Sint wilde vooral gelukkige kinderen zien en hield er niet zo van om ze terecht te wijzen. Hij moest dit op een goede manier zien op te lossen.

Het werd langzaam tijd om te gaan. “Voordat we samen een afscheidslied zingen wilde ik nog iets met Jantje bespreken”, zei de Sint plechtig. Jan, die het net voor elkaar had de ladder van zijn knalrode brandweerauto omhoog te zetten schrok ervan. “Kom eens even hier jongen”, zei de Sint vriendelijk. Met tegenzin liet Jan de bandweerauto los, ging voor de Sint staan en keek hem afwachtend aan. “Is het waar dat jij nogal eens vloekt?” vroeg Sint zacht. Oeps! Jantje boog geschrokken het hoofd. Hoe kon Sint dat nou weten? De goedheiligman duwde met een vinger onder de kin Jans hoofd omhoog en keek hem glimlachend aan. “Weet je ook waarom je dat doet?” In de hoek van de kamer snoof grootmoeder tevreden. De jongen schudde bedrukt het hoofd en haalde zijn schouders op ”..weet niet…” stamelde hij ongemakkelijk. Sinterklaas boog zich iets naar voren en fluisterde samenzweerderig, maar zo hard dat iedereen het kon horen: “Zal ik je daar eens vanaf helpen?” De ogen van het kind werden zo groot als dikke pepernoten. Hij wist niets te zeggen. In plaats daarvan knikte hij heftig. “Piet”, commandeerde Sint “geef me eens een lege zak aan”. “Kijk Jan”, legde Sint uit terwijl hij de zak aanpakte “Jij gaat nu alle vloeken die je dwars zitten in deze zak gooien. Ik bindt hem dicht en op de terugweg naar Spanje doe ik hem open midden op zee en gooi alle vloeken in het water. Dan ben jij ze kwijt”. In de kamer was het muisstil op een zacht gegniffel na. De kinderen zaten in een kring om Jan heen en keken met open monden toe. Sinterklaas hield de zak voor Jan open. Hij knikte hem bemoedigend toe. De jongen haalde diep adem en stak zijn hoofd in het donkere gat. Twee seconden later donderden alle vloeken die Jan kende in de zak en door de kamer. De Gvd’s weerkaatsten tegen de muren achterna gezeten door alle scheldwoorden die het kind kende. Grootmoeder in de hoek sloeg geschrokken haar hand voor de mond. De rest van de aanwezigen stikten van het onderdrukte lachen. Met een diepe zucht van inspanning maar een lach van oor tot oor kwam even later het vuurrode hoofd van Jan weer tevoorschijn. “Snel, snel’, riep Sint zijn pieten te hulp ”Bindt die zak dicht”. Met vereende krachten en een stuk touw werden de vloeken veilig gesteld. Jan keek opgelucht toe hoe Piet de zak voorzichtig bij de voordeur zette. Na een hartelijk afscheid waarbij een ‘vloekenvrije’ Jan de Sint een vette knuffel gaf en grootmoeder een extra stevige handdruk kreeg steeg het drietal in het stalen ros op vier wielen. Op de terugweg kregen de hulpjes van Sinterklaas het te kwaad en brulden het uit van het lachen. Ze keken gierend om naar de achterbank waar de goedheiligman met een luidruchtige zucht zijn mijter af zette om het hoofd te koelen. Dat had “die ouwe”, zoals ze hem liefdevol noemden, er toch maar weer mooi vanaf gebracht…

Met een druk op de knop van de afstandsbediening verdween de inmiddels nadampende gevulde speculaas van het beeldscherm. Grinnikend stond Sint Nicolaas op en liep naar de buitendeur waar hond ‘Imaya’ ongeduldig heen en weer drentelde. Het was tijd om aan de slag te gaan. Hij zette zijn werkmijter op. “Camping Lallé” stond er op de klep.

Sinterklaas in het Soesterkwartier Amersfoort

Sinterklaas in het Soesterkwartier Amersfoort