Het lijkt wel een invasie. Honderden paddenstoelen hebben het terrein in bezit genomen. Een slordige mengeling van stelen en hoeden die in vreemde vormen bij elkaar staan. Een lange ketting van glimmend bruine zwammen slingert zich door het vochtige gras naast de grote kring rood-met-witte-stippen die eerbiedig wachten op een gebeurtenis die in het midden zal plaatsvinden. Alsof ieder moment een bosfee of de goede heks van de Corrèze in het midden zal landen om aanwijzingen te geven voor het winterseizoen. De weidechampignons staan gebroederlijk tussen diverse soorten zwammen waarvan we niet alle namen kennen. Ze lijken geen boodschap te hebben aan de aanwezigheid van soortgenoot inktviszwam die een afgrijselijke kadaverlucht verspreidt zodra hij in volle glorie zijn tentakels uitspreidt. Dat dit prachtige natuurverschijnsel zo kan stinken! Op de hobbelige crossbaan staat nog een fietsje geparkeerd bij de dikke boom met de kabouterdeur. Heeft zich daar soms een kleine gast verstopt die niet naar huis wilde? Dat zou zomaar kunnen want de meeste kinderen hebben moeite om de heerlijke, vrije periode waarin bijna alles kan en mag achter zich te laten. Campinghond Imaya wordt bij het afscheid dikwijls onder tranen fijn geknuffeld, wat ze overigens zeer geduldig ondergaat. Het is haar grootste zorg om daarna te onderzoeken welke gasten overblijven om nog wat lekkers te kunnen bietsen. Een grote groene handdoek en een witte sok hangen eenzaam en vergeten naast elkaar aan de droogmolen. Een blauwe afwasborstel balanceert op de onderste tak van de dennenboom. Een vreemde plaats voor dit soort keukengereedschap. De borstel herinnert me onmiddelijk aan een bijzonder voorval van jaren geleden:

Het gebeurde aan het einde van het hoogseizoen. Voor een flink aantal van onze gasten zat de vakantie erop. Het terras voor het restaurant werd bezet door bruin getinte kampeerders die deze laatste avond geen zin hadden de kooktoestellen te gebruiken en in plaats daarvan hun vermoeide benen strekten onder de blauwe eettafels. Tenten afbreken, inpakken en daarna net zolang duwen, trekken en schuiven tot alles weer een plek in de auto of aanhanger had hoorde niet bij de allerleukste vakantieklussen. Integendeel. Die werkzaamheden betekenden het einde van een gezellige, zorgeloze periode waarin de wereld even stil mocht staan. Hoewel het wereldnieuws via smartphones, tablets en zelfs tv’s onafgebroken onderdeel bleef van het dagelijkse vakantieleven leek het door de gemoedelijke sfeer middenin de natuur iets verder weg van ieders slaapzak. Nèt ver genoeg om ‘los te laten’ en een paar weken te genieten van een andere omgeving. Vanavond nog één keer de Confit de Canard of de grote maaltijdsalade met knapperige frieten bestellen. “Doosje”, zoals wij onze trouwe viervoeter destijds noemden, liet zich in die tijd verwennen met liefdevolle knuffels en voor de laatste keer onder de tafel volstoppen met verboden etenswaren. De avond viel als een lome grijze sluier over het landschap. Op de meeste kampeerplekken gloeide het zachte licht van lampen en kaarsen. Vrolijk lachen klonk hier en daar van mensen die het glas hieven op de gezellige momenten en belevenissen met elkaar. Emailadressen en telefoonnummers werden uitgewisseld. Af en toe hoorden we van gasten dat er mooie vriendschappen voortkwamen uit de vakantieperiodes die later in het bestaan van alle dag gekoesterd werden. Zacht sloot ik de deur van het toiletgebouw achter me. Alles in orde daar binnen. Aan het aanrecht buiten stond nog een laatste gaste de afwas weg te werken. Haar vakantie zat er ook op. Ik tikte zacht op een schouder om welterusten te wensen toen ik vanaf de zijkant zag dat haar gezicht nat was. Tranen gleden langzaam langs de wangen naar beneden en drupten op het schuimende afwaswater waarin ze met de afwasborstel rondjes draaide. Ze keek me aan en probeerde een krampachtige glimlach tevoorschijn te toveren. Geschrokken sloeg ik mijn armen om haar heen. Even snikte ze het uit. Toen vermande ze zich en deed een stapje achteruit. Met een diepe zucht blies ze de huilbui van zich af. “Ik wil niet naar huis”, snikte ze zacht maar heftig terwijl ze de afwasborstel zo hard in het sop liet plonzen dat grillige schuimspetters in haar haren vlogen. Tijdens een rustige middag toen iedereen zich vermaakte in het zwembad en zij achterbleef met een boek op het terras had ze verteld over de ziekte waartegen ze vocht. Over de pijn, de angst, de onzekerheid en de vele veranderingen in haar leven waar ze mee moest leren omgaan. De behandelingen waren nog niet afgelopen. De vakantie betekende alleen maar een korte pauze. De aankomende periode zou ze behoorlijk wat bestralingen ondergaan. “Ik voelde me hier even in een andere wereld”, vertelde ze “ver weg van witte jassen en bloedonderzoeken. Zelfs de angst voelde draaglijker”. Ze slikte de laatste tranen weg. “Er zijn zowaar enkele uren voorbij gegaan waarin ik helemaal niet aan mijn lichaam dacht en het leek alsof ziek-zijn niet bestond”, lachte ze flauw. Haar gezicht betrok weer: “Morgen moet ik terug, terug naar de werkelijkheid”. Nu was het mijn beurt om de brok in mijn keel weg te slikken. Ik kon geen woorden vinden die pasten bij het moment. Woorden als “sterkte” of “het allerbeste” leken me te gewoon ook al kwamen ze uit mijn hart. In plaats daarvan hielden we elkaar even vast. “Heb je wat krachten kunnen opdoen om het gevecht weer aan te gaan?”, vroeg ik zacht. Ze keek me aan met een kleine glimlach en knikte. “Oh ja!” Met een diepe zucht tilde ze haar hoofd op, stak haar kin naar voren en knikte nog eens vastberaden “Dat hèb ik…ze krijgen mij niet zomaar klein”. Haar ogen schitterden strijdlustig. Ze knelde de bak met de schone afwas onder een arm en draaide zich naar mij om afscheid te nemen. We omhelsden elkaar zonder woorden voordat ze verdween in het fluwelen avondlicht. De afwasborstel bleef achter op de rand van het aanrecht. De laatste dunne schuimvlok schitterde als vloeibaar kristal in de stugge haren.

Met een tik tegen de afwasborstel in de boom waardoor fijne waterdruppels op de kop van Imaya belanden ben ik terug in vandaag. De hond schudt ze energiek van zich af en kijkt me afwachtend aan. Gaan we spelen? Ja, we gaan spelen. Met een grote boog vliegt de blauwe borstel over de camping. Er is zoveel te doen…..Wij gaan wandelen en met stokken gooien. Lekker in de tuin werken tijdens de mooie herfstdagen. Opknappen wat opgeknapt moet worden. Plannen maken en plannen uitvoeren. En vooral zorgen dat we in conditie blijven en nieuwe energie verzamelen voor het volgende seizoen. Wat ben ik blij en tevreden. Blij met werk wat je zo dicht bij andere mensen kan brengen!