Hoe dichter we bij Allassac komen, hoe verrassender het landschap wordt door de schilderachtige ligging. De glooiende heuvels in de verte waarop in strakke lijnen druivenstokken zijn geplant zien eruit als onbeschreven muziekbladen. De rivier La Vézère volgt in het dal haar grillige weg om zich bij de Dordogne te voegen. Aan de voet van de heuvels ligt het gehucht ‘La jugie’ dat bij het middeleeuwse dorp Le Saillant hoort dat op haar beurt bij de gemeente Allassac is ondergebracht. Al snel vinden we de wijnproeverij ‘La Cave des coteaux de la Vézère’. We worden gastvrij ontvangen door een aardige meneer die in deze stille maanden van het jaar nog alle tijd heeft onze vragen te beantwoorden. En die hebben we. Want hoe zit het nou met de wijnbouw in de Corrèze?

Het is niet zo verwonderlijk dat de meeste mensen bij een bezoek aan deze streek niet direct aan wijngaarden, druivenranken en kelders vol rijpend most denken. De vakantieganger houdt zich eerder bezig met ongerept natuurschoon, de interessante geschiedenis van middeleeuwse gebouwen en de ontspannende charmes van het landelijke leven. Toch blijkt de viticultuur in de Corrèze een bijzonder verhaal te hebben. Wij luisteren daarom graag naar het enthousiaste relaas van de bereidwillige wijnhandelaar die ons buiten in het zonnetje met uitzicht op de eeuwenoude heuvels alles kan vertellen over de historie van de wijnranken en de stand van zaken op dit moment.

‘Natuurlijk was er altijd al wijnbouw’, lacht onze gastheer. Dat is ook zo. De Romeinen brachten immers ooit de eerste wijnranken mee?

Tot onze verbazing horen we dat in de middeleeuwen zeker in de helft van de Corrèze aan wijnbouw werd gedaan. Vooral in de gunstig gelegen gebieden zoals het ‘Bassin de Brive’ nam de viticultuur een grote plaats in. Het heuvelachtige landschap doorklieft door stroompjes en rivieren bleek een ideaal klimaat voor de wijnstokken. Elke adellijke familie had zo mogelijk een eigen wijngaard. De vele kloosters die het gebied rijk was lieten hun monniken de wijngaarden bewerken zodat mis- en tafelwijnen nooit ontbraken. Elke boer met een geschikte zonovergoten helling op een beschutte plek verzorgde een eigen druiventeelt, al deden zij wel wat water bij de wijn tijdens de maaltijd. In de Franse cultuur nam wijn altijd al een grote plaats in.

Helaas sloeg het noodlot toe. Extreem harde winters vernietigden een gedeelte van de wijnbouw. De echte meeldauw, een irritante schimmel die bladeren en druiven aantast bij warm broeierig weer, veroorzaakte menig mislukte oogst. Alsof dat nog niet genoeg was vernietigde de fylloxera, de druifluis, niet alleen in Frankrijk maar ook in de rest van Europa ruim zeventig procent van de wijnbouw. Dat alles gebeurde rond 1870/1880. In de periode van stilte die volgde op deze catastrofes moesten de wijngebieden zich herstellen en gingen druiventelers op zoek naar oplossingen.

Ongeveer dertig jaar geleden verzamelde een nieuwe generatie enthousiastelingen zich met plannen om de wijnbouw nieuw leven in te blazen. Langzaam maar zeker werd op meerdere plaatsen in de Corrèze een nieuwe start gemaakt waaronder ook in het gebied ‘Bassin de Brive’. Rondom Allassac, dat aan de noordkant van het bassin ligt, is de bodem verrijkt door de aanwezigheid van leisteen dat aan de druiven nét het extra accent geeft dat verschil maakt. Mooie wijn met een eigen karakter. De wijnkelder van ‘Coteaux de la Vézère’ werd geboren in 2002. De verschillende wijnen in het assortiment waaronder de inmiddels bekroonde ‘Les Périères’ kregen niet voor niets het AOC kwaliteitsmerk. En zij bleef niet de enige. Vandaag de dag maken meerdere wijnbouwers in de Corrèze een uitstekend produkt op een zo natuurlijk mogelijke manier. Al naar gelang de plaats en de grondsoort van de streek krijgt elke wijn zijn eigen specifieke karakter mee. De viticultuur leeft en wordt er alleen maar beter op.

Aan het einde van ons bezoek mogen we een slokje proeven. Het is waar. De bekroonde wijn heeft haar gouden medaille verdiend. Ze danst over onze smaakpapillen….

Lekker kaasje erbij? Nu we hier toch zijn kunnen we een bezoek aan kaasmakerij ‘La ferme de la Prade’ een paar kilometer verderop niet weerstaan. Een beetje verstopt in de heuvels ligt de boerderij in een oase van weilanden. Hoewel we bekend zijn met het leven op het platteland verwondert ons elke keer weer de stille sfeer van rust en eenvoud die in elke hoek van de Corrèze anders is. Elk plekje heeft een eigen speciale charme. We parkeren de auto voor een breed gebouw dat in tweeën is gedeeld. Aan de ene kant kijken de koeien ons vanachter een ijzeren hek met een scheef oog aan terwijl ze ijverig happen in het gedroogde gras. Aan de andere kant, achter de winkelruit, lacht een meisje in een witte jasschort met een doorzichtig kapje op de krullenbol ons toe. Achter haar kijken we door een glazen wand naar het blinkende roestvrij stalen materiaal dat gebruikt wordt bij de bereiding van hun produkten. Dat zijn er nogal wat. Een heel assortiment huisgemaakte zuivel staat ten toon gespreid. Yoghurt, kwark, goudgele roomboter met daar tussen vele soorten kaasjes. Een keuze maken valt niet mee. Het ziet er allemaal smakelijk uit. Gelukkig weten we wat we willen. Wij hebben gelezen over ‘la tomme des ardoisiers’. Daar willen we wel een stuk van. Alleen al voor de naam.

** Stel je even de zeventiende eeuw voor. De mannen die werkten in de leisteengroeven verderop bij ‘Les pans de Travassac’ kwamen ’s ochtens tijdens een pauze voor een ‘casse-croûte’ uit de mijnen, zwart en stoffig van het zware werk. Gezeten op een stapel leistenen haalden ze hun stokbroodje tevoorschijn en zo’n heerlijke homp ‘tomme des ardoisiers’. Misschien spoelden ze het zelfs weg met een slok wijn van de buurman verderop.**

Jammer genoeg wordt deze romantische voorstelling in de kiem gesmoord. Het meisje onder het plastic dakje vertelt trots dat de kaas pas ver na het jaar 2000 werd bedacht. Weg romantiek. De kaas is er niet minder lekker door. Integendeel. Ze heeft een zachte, maar volle romige smaak en haar korst is grijs als leisteen. Buiten aaien we de koeien over de stugge kuif en bedanken ze voor het onvermoeibare grazen op de enorme weilanden waar ook hier verborgen in de diepte het leisteen voor dat extra accentje zorgt dat ten goede komt aan de zuivel.

Vanaf camping Lallé duurt de trip naar dit mooie gebied een uurtje. Bezoekers zijn in de maanden juli en augustus van harte welkom om te bekijken hoe het er op de boerderij en de kaasmakerij toegaat. Die informatie geven wij graag door. Is het niet geweldig om te zien hoe groot de Corrèze is geworden in nieuwe initiatieven, hoe de bevolking gastvrij het toerisme omarmt en laat meegenieten van een plek waar het leven zonder meer goed is!

Bienvenue en Corrèze!